|
|
|
|
|
|
| |
 |
Persoonlijke verhalen uit de praktijk
|
|
|
| | | Leren energie te doseren
Jan (45) was een fanatieke triatleet, tot hij drie jaar geleden een motorongeluk kreeg en in coma raakte. Lichamelijk bleef de schade beperkt. Hij was snel weer op de been. Maar het hersenletsel dat hij opliep, is blijvend. Het gezin had veel moeite te leren omgaan met het veranderde karakter van Jan. Vooral met zijn opvliegendheid.
| | "Op Pad leert me om te gaan met de gevolgen van mijn hersenletsel. Ik leer vooral mijn energie te doseren. Ik was een sportman in hart en nieren, altijd op zoek naar de grens. Nu moet ik sneller gas terugnemen. Ik heb geleerd op tijd te rusten en prikkels te vermijden. Zo blijf ik kalmer. Wel heb ik nog de neiging thuis lang door te zeuren over onbelangrijke dingen. Daar praat ik dan over met de begeleider van Op Pad. Zij komt elke week bij ons thuis en helpt me daar weer uit te komen." | | | | Hulp bij dagelijkse dingen en bij emoties in de hand houden
Jules (55) had een baan als gemeente-archivaris toen hij in 2007 voor de tweede keer een herseninfarct kreeg. Hij revalideerde ruim acht maanden, maar bleef last houden van lichamelijke beperkingen. Lopen gaat bijvoorbeeld nog moeizaam. Ook mentaal is hij niet meer de man die hij vroeger was.
''Begeleiding vanuit Op Pad is voor mij noodzakelijk. Ik woon in een huis waar overdag en 's avonds begeleiding aanwezig is. Zelfstandig wonen lukt gewoon niet meer. De mensen van Op Pad helpen me met aankleden, koken en andere dagelijkse dingen. En ze helpen me mijn emoties in de hand te houden. Ik word snel kwaad, veel sneller dan vroeger. Vooral als dingen niet meer lukken die me voor het letsel gemakkelijk afgingen."
| | | | | | | | Een fijn idee dat ze in de buurt zijn
Julia (44) was pas achttien jaar toen een herpesvirushaar hersenen aantastte. Sindsdien heeft ze moeite haar dagen zelf te structureren. Bovendien is ze erg vergeetachtig.Tot vorig jaar woonde ze nog bij haar moeder. Nu woont ze in een huis met vijf andere mensen met NAH.
''Mijn grootste probleem is dat ik heel moeilijk iets kan onthouden. Daarom is het een fijn idee dat de begeleiders altijd in de buurt zijn. Elke ochtend lopen ze even bij me binnen. Samen controleren we dan of ik niets vergeten ben voor die dag. 's Avonds komen ze weer en sluiten we de dag af. Met mijn huisgenoten heb ik regelmatig contact. Het scheelt dat we allemaal NAH hebben. Ik begrijp hun goed en heb het gevoel dat ze mij ook beter begrijpen." | | | | | | | | | |
|
|