Cliëntervaringsonderzoek 2025: In gesprek over wat beter kan
Vanuit het Cliëntervaringsonderzoek 2025 kwam een aantal thema’s naar voren waarop Zozijn lager scoort. Deze heb je kunnen zien in de overzichten die je hierboven kon aanklikken. Deze lagere scores zijn belangrijke signalen. Om deze uitkomsten beter te begrijpen en te duiden, zijn we in gesprek gegaan met twee leden van de Centrale Cliëntenraad:
- Karin van Lohuizen (ambulant wonend)
- Hendrik Teeuwsen (bewoner van locatie Heijerveste).
We gingen op zoek naar het verhaal achter de cijfers. Wat verstaan cliënten onder deze thema’s? Waarom worden deze onderwerpen lager beoordeeld? En nog belangrijker: wat kunnen we ervan leren?
Hulp bij omgaan met geld
Dit thema scoorde het laagst. Volgens Karin en Hendrik heeft dat meerdere oorzaken. Karin vertelt dat begeleiding vaak wel wil helpen, als je er zelf om vraagt. Zij had bijvoorbeeld een vraag over de voedselbank. Samen met een ondersteuner heeft ze gekeken of ze daarvoor in aanmerking kwam.

“Als je het zelf aankaart, wordt er met je meegedacht,” zegt ze.
Toch scoort dit onderwerp laag. Waarom? Volgens hen hebben veel cliënten geen directe toegang tot hun eigen geld. “Dan voelt het minder als ondersteuning en meer als iets dat voor je geregeld wordt.” Ze vinden allebei dat uitleg en betrokkenheid belangrijk zijn. Wat gebeurt er met je geld? Hoe worden keuzes gemaakt? En hoe kun je zelf meedenken?
Hulp met sociale media

Wat betekent dat eigenlijk: helpen met sociale media? Volgens Karin gaat het om praktische hulp. Bijvoorbeeld bij het aanmaken van een account of het veilig gebruiken ervan. Binnen Zozijn zijn er digicoaches. Maar niet iedere begeleider is hier zelf even handig in.
Sommige begeleiders weten precies hoe het werkt. Anderen minder, zegt Hendrik.
Niet iedereen heeft sociale media en niet iedereen wil dat. Maar als je het wél gebruikt, wil je dat er iemand is die met je meekijkt als je iets niet begrijpt. Of als je twijfelt of iets veilig is. Volgens Karin weten begeleiders meestal wel wie hier hulp bij nodig heeft. Toch kan het beter zichtbaar worden gemaakt waar je terechtkunt met vragen.
Genoeg zelf gekookt
Zelf koken gaat volgens Hendrik en Karin niet alleen over eten. Het gaat over samen beslissen. Over eigen regie. Wat eten we? Hoe maken we het klaar? Hendrik zegt: “Als ik zeg dat ik zin heb in stamppot, dan overleg ik met de begeleiding. Dan wordt het besteld.” Dat meedenken vindt hij belangrijk.

Gezond eten speelt ook mee. Maar net zo belangrijk lijkt alles eromheen: samen aan tafel, samen voorbereiden, betrokken zijn. Volgens Karin en Hendrik is Zozijn hierin op de goede weg.
Op steeds meer locaties wordt samen gekookt en vinden cliënten dit belangrijk, vertellen ze.
Hulp om gezond te leven

Gezond leven gaat volgens hen over meer dan alleen eten. Het gaat ook over bewegen, structuur en hoe je je mentaal voelt. Soms zit hulp in iets kleins.
Een ondersteuner die zegt: Zullen we even een stukje wandelen?
Ook benadrukt Karin hoe belangrijk het is om iemand in een vertrouwd ritme te houden. Zeker als ziekte of andere omstandigheden dat ritme verstoren. Dan helpt het als begeleiding meedenkt en ondersteunt om die structuur vast te houden.
Voeding speelt ook een rol. Kant-en-klaarmaaltijden worden genoemd als mogelijke verklaring voor de lagere score. Ze vinden het allebei belangrijk dat Zozijn gezonde keuzes blijft aanbieden, vooral voor cliënten die daarin afhankelijk zijn van wat er wordt geregeld.

En wat ik mentaal prettig vind, zijn korte incheckmomenten, vertelt Karin.
Even vragen: hoe gaat het met je? Dat ervaren ze allebei als steun.
Samenwerken met familie en vrienden

Goede samenwerking betekent volgens Karin en Hendrik duidelijke communicatie. Voor cliënten is het fijn als er goed met hun verwanten wordt overlegd. Op locaties met een stabiel team gaat dit beter merken ze.
Bij mij op de locatie wordt regelmatig informatie gedeeld, vertelt Hendrik. Toch horen verwanten soms weinig.
Wie is de nieuwe manager? Wanneer komt er een nieuwe bewoner? Staat er een leuke activiteit op de planning? Goed informeren verhoogt de betrokkenheid van familieleden.
Een voorbeeld dat hen bijbleef: bij een woning trok de carnavalsoptocht langs. Er waren te weinig ondersteuners om iedereen naar buiten te begeleiden. Later gaven familieleden aan dat zij graag hadden geholpen, als ze het geweten hadden. Volgens Karin en Hendrik willen familie en vrienden best meedenken en meehelpen. Maar dan moeten ze wel actief gevraagd worden. Communicatie is hierin de sleutel.