Icoon telefoon Bel ons

18 jaar….. en dan?


18 jaar is de leeftijd waarop je kind officieel volwassen is. Het is een van de momenten waarop van alles verandert en geregeld moet worden. Daarom is het goed om zeker drie maanden voordat je kind 18 wordt te starten met alle voorbereidingen en aanvragen. Graag bieden wij hierbij een handreiking. Heb je vragen rondom dit onderwerp? Neem contact op met de coördinerend pedagogisch ondersteuner van je kind.

Je vindt hier informatie over de volgende onderwerpen:

Belangenbehartiging

Zodra je kind 18 jaar wordt ben je als ouder(s) niet langer automatisch wettelijk vertegenwoordiger. Jongeren van 18 jaar zijn voor de wet in principe handelingsbekwaam en mogen hun eigen belangen behartigen.

Als je kind niet of onvoldoende in staat is om zijn/haar eigen belangen te behartigen, kan bij wet een belangenbehartiger worden aangewezen die zijn belangen beschermt. Meestal nemen ouder(s) deze rol op zich. Ook zussen, broers en andere familieleden, en afhankelijk van de vorm ook derden, kunnen de belangen behartigen.

Er bestaan drie officiële vormen van belangenbehartiging:

  • Curatorschap
  • Bewindvoering
  • Mentorschap

Ook een combinatie van de laatste twee is mogelijk. De twee meest voorkomende vormen van vertegenwoordiging zijn bewindvoering en mentorschap. Er kunnen 2 mentoren en 2 bewindvoerders worden aangesteld. Meestal is de combinatie bewindvoerder-mentor voldoende.

Curatorschap

De positie van de curator lijkt veel op die van ouders of voogd. De curator is de wettelijk vertegenwoordiger van je kind. Deze bewindsvorm is geschikt als iemand zowel persoonlijke (bijv. medische behandeling of verzorging) als financiële zaken niet zelf kan regelen. Voor praktisch elke handeling en beslissing moet de curator toestemming geven. Curatorschap is de zwaarste maatregel, die niet zo vaak wordt opgelegd. Meestal wordt voor een combinatie bewindvoerder-mentor gekozen.

Bewindvoering

Een bewindvoerder beheert de financiën en het vermogen van je kind. De bewindvoerder regelt de zaken en betrekt hem of haar hier zo veel mogelijk bij. Vaak zijn het de ouders van de jongere die bewindvoerder worden, maar het mag ook iemand anders zijn uit het informele netwerk, of een professional.

De bewindvoerder legt jaarlijks verantwoording af aan de rechtbank, over de financiën van degene die onder bewind staat. De bewindvoerder maakt een lijst met een beschrijving van alle goederen die onder het bewind vallen. Dit doet hij kort na zijn benoeming. Hij ontvangt hierover van de griffier bericht. Een kopie van deze boedelbeschrijving stuurt de bewindvoerder naar de rechtbank (sector kanton).

Wettelijk kan een bewind voering van start gaan wanneer de betrokkene ‘als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen zelf waar te nemen’.

Mentorschap

Als iemand niet in staat is persoonlijke zaken te regelen, zorgt een mentor hiervoor. Een mentor neemt beslissingen op het persoonlijke vlak: over verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding, waar iemand gaat wonen en/ of dagbesteding krijgt. Hij of zij kan inzage krijgen in het medisch dossier van de cliënt. De mentor gaat niet over geldzaken.

De mentor moet eens in de vijf jaar rapporteren aan de rechtbank.

Vraag deze maatregel 3 maanden voor de 18e verjaardag van je kind aan bij de rechtbank. De formulieren hiervoor kun je downloaden op www.rechtspraak.nl. Eventuele oudere broers en zussen moeten ook toestemming geven dat bijvoorbeeld de ouders het mentorschap en bewind gaan uitvoeren. Er volgt dan een uitnodiging om op de rechtbank te komen samen met je kind.

Na de uitspraak ontvang je een beschikking van de rechtbank dat je geregistreerd staat als mentor en bewindvoerder. Instanties als het zorgkantoor, je zorgverzekering, de SVB etc. hebben allemaal een kopie nodig, zodat geregistreerd is dat je namens de jongere zaken mag regelen. Officieel mogen ze je anders niet helpen.

Meer informatie

Kijk voor meer en actuele informatie op de website van de Rijksoverheid.

> Naar overzicht onderwerpen

Zorg

Krijgt je kind zorg – zoals dagbesteding, begeleiding, logeren, persoonlijke verzorging? Dan is dit veelal gefinancierd vanuit de jeugdwet. Een andere optie is de Wet langdurige zorg (Wlz). Beschikkingen die vanuit de Jeugdwet worden toegekend eindigen zodra je kind 18 jaar wordt. Soms is er echter sprake van verlengde Jeugdwet. Zodra je kind voor de zorg is aangewezen op andere wetgeving zal de gemeente dit bespreken.

Wanneer de Jeugdwet niet langer van toepassing is, wordt de zorg geregeld vanuit:

  • Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) door de gemeente
    begeleiding, dagbesteding, logeren, huishoudelijke hulp
  • Zorgverzekeringswet
    persoonlijke verzorging, verpleging
  • Wlz (Wet langdurige zorg)
  • CAK, Centraal Administratie Kantoor (eigen bijdrage)

Wlz

De Wlz is er voor mensen die levenslang 24-uurs zorg en/of toezicht nodig hebben en niet in staat zijn om adequaat te alarmeren als er iets aan de hand is. Het gaat in de Wlz om mensen die, als zij alleen zouden zijn, naar een verpleeghuis, instelling of wooninitiatief zouden moeten verhuizen. Bij sommige kinderen is al vroeg duidelijk dat zij in de Wlz thuishoren. Bij andere kinderen kan dit pas worden beoordeeld als zij wat ouder zijn, bijvoorbeeld als zij een ontwikkelingsachterstand hebben, waarvan niet duidelijk is of zij deze geheel, gedeeltelijk of niet zullen inhalen. Wanneer een kind ouder wordt, ontstaat er meestal meer duidelijkheid over de mate van zelfstandigheid en de uiteindelijke behoefte aan zorg.

De gemeente of de zorgverzekeraar kan in zo’n geval aangeven dat de Wlz vermoedelijk ‘voorliggend’ is. In dat geval kun je als ouders een Wlz-indicatie aanvragen bij het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg).

PGB

Als zorg wordt ingekocht met een persoonsgebonden budget (PGB), wordt de jongere zélf budgethouder, tenzij wettelijke vertegenwoordiging geregeld is.

Eigen bijdrage

Bij een indicatie vanuit de Wlz of beschikking vanuit de Wmo wordt een eigen bijdrage gevraagd vanaf de 18-jarige leeftijd, deze wordt berekend door het CAK. Het CAK, is een publieke dienstverlener die voor de overheid regelingen uitvoert en zorgt voor de vertaling van wetten en regels naar persoonlijke en begrijpelijke dienstverlening.

Ondersteuning bij aanvraag

Bij Zozijn kunnen zorgbemiddelaars/coördinerend pedagogisch ondersteuners de jongere en zijn ouder(s) ondersteunen rondom het aanvragen van zorg binnen de verschillende wetten. Ook is het mogelijk om (gratis) onafhankelijke cliëntondersteuning te krijgen. Dit kan o.a. bij MEE of via de gemeente, dat ligt aan de afspraken die er binnen de gemeente gemaakt zijn.

Kijk voor meer informatie op de website cliëntondersteuning.nl

> Naar overzicht onderwerpen

Regelgeving en geldzaken

Meerderjarigheid brengt nieuwe financiële verplichtingen met zich mee. Ook stoppen er een aantal regelingen automatisch wanneer je kind de leeftijd van 18 jaar bereikt:

  • Enkele kinderbijslag
  • Dubbele kinderbijslag
  • Extra kinderbijslag
  • Kind gebonden budget

Bankrekening

Je kind heeft een eigen bankrekening nodig die op haar/zijn naam staat. De zorgtoeslag, uitkering (of studiefinanciering) kunnen hier op gestort worden. Voor de bankrekening moet de wettelijk vertegenwoordiger gemachtigd worden. 

De bankrekening kan pas worden aangevraagd als de bewindvoering of curatele geregeld is. Zodra je de beschikking hebt ontvangen van de rechtbank, kan je bij de bank een bankrekening aanvragen op naam van je kind. Zorg er meteen voor dat dat de bewindvoerders het beheer krijgen over internetbankieren en bankpas-gebruik. 

DigiD

Een DigiD is nodig voor het regelen van allerlei zaken met instanties. Als je kind nog niet eerder een DigiD heeft aangevraagd, is het belangrijk om dit voor de 18e verjaardag te regelen. Het is niet de bedoeling dat ouders de DigiD van hun kind gebruiken om voor hun kind zaken te regelen. Wanneer je kind niet zelf zijn/haar zaken kan regelen kan iemand anders worden gemachtigd via: www.machtigen.digid.nl.

Onderhoudsplicht

De financiële verantwoordelijkheid van ouders stopt niet bij het 18de jaar. Ze hebben onderhoudsplicht tot de leeftijd van 21 jaar en moeten dus blijven bijdragen in de kosten van studie en levensonderhoud.

Inkomsten

Wajong

Wajong (Wet Werk en Arbeidsondersteuning jonggehandicapten) is voor mensen die voor hun 18e of tijdens een studie een ziekte of handicap hebben. Door deze ziekte of handicap kunnen zij nooit meer werken. Zij hebben recht op Wajong als ze aan de voorwaarden voldoen. De jongere mag dan niet meer op school zitten.

Een Wajong moet tijdig aangevraagd worden. Het UWV hanteert een termijn van 14 weken. Het kan zijn dat er ook tijd nodig is om verklaringen van artsen etc. te krijgen. Het UWV heeft deze nodig. Voor de 18e (17,5 jaar) verjaardag kan de Wajong aangevraagd worden bij het UWV. Dit aanvraagproces kan lang duren en het is raadzaam om dit op tijd in gang te zetten (17 jaar).

Formulieren kun je invullen op de website van het UWV. Vaak volgt er daarna een telefonisch consult met de arts van het UWV die beoordeelt of hier sprake is van arbeidsvermogen.

Meer informatie is te vinden op de website van het UWV

Bijstandsuitkering

Als een jongere geen betaald werk, een Wajonguitkering of studiefinanciering heeft, kan de gemeente vanuit de Participatiewet een bijstandsuitkering toekennen. Deze is qua hoogte tot de leeftijd van 21 jaar enigszins vergelijkbaar met kinderbijslag. Wanneer de jongere arbeidsmogelijkheden heeft maakt de gemeente samen met hem een plan van aanpak, afgestemd op de wensen en mogelijkheden die er zijn.

Kinderalimentatie

Kinderalimentatie van gescheiden ouders moet worden betaald tot de jongere 21 jaar oud is; vanaf het 18e jaar wordt dit geld niet langer overgemaakt op de rekening van de verzorgende ouder maar op die van de jongere zelf.

Zorgtoeslag

De belastingdienst geeft een bijdrage in de kosten van de zorgverzekering aan mensen met een laag of geen inkomen, die weinig of geen vermogen hebben. Alleen het inkomen en vermogen van de jongere zelf worden meegeteld. Dit kan pas nadat de bewindvoering of curatele geregeld is. De zorgtoeslag kan worden aangevraagd via de site van de belastingdienst, optie “mijn toeslagen”. Hier kan ook een proefberekening gemaakt worden.

Uitgaven

Eigen bijdrage

Vanaf de leeftijd van 18 jaar moet voor de zorg uit de Wlz en Wmo (bijna) altijd een eigen bijdrage aan de overheid betaald worden. Deze eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen. Deze bijdrage wordt betaald aan het CAK. Meer informatie is te vinden op de site van het CAK.

Kostgeld

Als de jongere thuis woont en een eigen uitkering of loon uit werken ontvangt, kan hiermee een bedrag aan kostgeld worden betaald aan de ouders. Op de site van het Nibud is te vinden welk bedrag aan kostgeld passend zou zijn. Dit bedrag kan dan van zijn/haar eigen bankrekening betaald worden. Denk wel dat je hierover  jaarlijks verantwoording aflegt aan de rechtbank.

Zorgverzekering

Jongeren mogen vanaf 18 jaar een eigen zorgverzekering afsluiten, maar zijn dit niet verplicht. Ook als je kind 18 jaar of ouder is mag hij of zij met jou meeverzekerd blijven. In beide gevallen geldt echter dat er voor je kind premie betaald moet worden. Binnen één maand na de 18e verjaardag moet de zorgverzekering afgesloten zijn. De jongere moet vanaf nu voor zorgkosten een eigen bijdrage gaan betalen.

WA-verzekering

Inwonende meerderjarige ongehuwde kinderen vallen normaal gesproken onder de gezinsdekking. Bespreek met de tussenpersoon of de verzekeraar wat nuttig is om op naam van de jongere zelf te verzekeren. Een WA-verzekering is niet verplicht.

Uitvaartverzekering

Een eventuele uitvaartverzekering is een vrije keuze.

> Naar overzicht onderwerpen

Studie, werk, dagbesteding en wonen

Vanaf het zestiende levensjaar van de jongere gaat hij/haar samen met zijn ouders zich oriënteren op een passend vervolg wanneer hij/zij 18 wordt. De coördinerend pedagogisch ondersteuner betrokken bij de jongere kan hierbij ondersteuning bieden. Onderwerpen die dan besproken kunnen worden zijn studie, werken, dagbesteding, wonen en vrije tijd.

Studie

Na zijn 18e kan een jongere nog naar het voortgezet (speciaal) onderwijs blijven gaan en/of een vervolgstudie kiezen.

Tegemoetkoming scholieren

De ouder(s)/verzorger(s) konden de schoolkosten altijd betalen uit de kinderbijslag en het kindgebonden budget. Wanneer een jongere 18 jaar is krijgen ze dat geld niet meer. Zit de jongere op dat moment nog op school, dan komt hij in aanmerking voor een tegemoetkoming scholieren. Dit is geen lening, maar een gift.
Deze tegemoetkoming scholieren moet zelf aangevraagd worden. Dat kan 3 maanden voor de 18e verjaardag. Hier zit geen Ov-kaart (reisproduct) bij.

Individuele studietoeslag

De individuele studietoeslag is bedoeld voor jongeren met een arbeidshandicap die een extra steuntje in de rug nodig hebben om te gaan studeren, omdat zij minder of geen mogelijkheden hebben om hun tegemoetkoming scholieren aan te vullen met inkomsten uit werk. Deze regeling wordt uitgevoerd door de gemeente. Voorwaarden zijn:

  • Minimaal 18 jaar
  • Recht op tegemoetkoming scholieren
  • De jongere is niet in staat om met werk het wettelijk minimumloon te verdienen. De gemeente kan vragen naar de Indicatie banenafspraak (zie uitleg doelgroepenregister). De jongere kan dus geen ‘bijbaan’ hebben.

Meer informatie vind je op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Op deze site is ook een rekenhulp beschikbaar om uit te rekenen wat men kan krijgen en of het om een gift of een lening gaat. 

Als de jongere een baan krijgt of naar de dagbesteding gaat, dan moet deze financiële tegemoetkomingen wel stopgezet worden per de datum van uitschrijving van school of studie.

Doelgroepenregister

Alle jongeren die onderwijs op het VSO (voortgezet speciaal onderwijs) hebben gevolgd en richting werk gaan, kunnen in het doelgroepenregister worden opgenomen. Het is bijna altijd verstandig om dit aan te vragen bij het UWV. Bij de aanvraag kan MEE helpen. Door het aanvragen van een Indicatie banenafspraak bij het UWV, wordt de jongere in het doelgroepenregister opgenomen en helpt de gemeente verder als de jongere niet meer op school zit.

Werk

Na school aan het werk? Als een jongere niet zonder hulp of begeleiding kan werken, dan kan hij een indicatie banenafspraak of een indicatie beschut werk aanvragen bij het UWV. Het UWV beoordeelt het arbeidsvermogen van de jongere en kan de indicatie afgeven. De gemeente helpt mensen met zo’n indicatie passend werk (participatiewet).

Kijk voor meer informatie op de website van het UWV.

Dagbesteding

Voor wie door de beperking niet in staat is om een betaalde baan te krijgen zijn er verschillende soorten dagbesteding. Enkele voorbeelden:

  • Belevingsgerichte activiteiten
  • Ontwikkelingsgerichte activiteiten
  • Buurtgerichte activiteiten
  • Structuurgerichte activiteiten
  • Fysio-, ergo-, logo- en muziektherapie waar nodig

Het is belangrijk om van tevoren goed te oriënteren op wat er is en wat geschikt is, bijvoorbeeld in samenwerking met de coördinerend pedagogisch ondersteuner (cpo’er). De cpo’er kan ondersteuning bieden bij het oriënteren rondom een passende dagbesteding voor de jongere en het uitzetten van een passend traject. Zo kan in overleg met de coördinator van de dagbesteding ervoor gekozen worden dat de jongere een aantal dagen stage komt lopen.

Voor dagbesteding is een passende beschikking vanuit de Wmo of indicatie vanuit de Wlz nodig.

Wonen

Wanneer een kind ouder wordt, kan wonen een onderwerp van gesprek worden. Wil hij/zij en zijn/haar ouders zo lang mogelijk onder 1 dak blijven wonen of gaat hij/zij op zoek naar een geschikte woonplek. Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • Zelfstandig wonen
  • Begeleid zelfstandig wonen
  • Ouderinitiatief
  • Woonvoorziening
  • Zorgboerderij
  • Enz.

Ouders en de jongere kunnen hier zelf onderzoek in doen of hierbij een zorgbemiddelaar van Zozijn betrekken. Het belangrijkste is een plek waar de jongere (en zijn/haar ouders) zich thuis voelt. Dat is voor iedereen belangrijk. Zozijn biedt veel verschillende mogelijkheden voor wonen: Zelfstandig wonen of samen met anderen. Het kan voorkomen dat er wachtlijsten zijn voor woningen.

Wanneer de jongere thuis woont kan hij daar de nodige zorg ontvangen van professionals.

> Naar overzicht onderwerpen

Medisch

De jongere gaat vanaf het 18e jaar over naar de volwassenzorg in het ziekenhuis en krijgt andere specialisten. Voor zijn of haar 18e levensjaar is de kinderarts diegene die alle informatie van de verschillende specialisten coördineert. In de volwassenzorg is meestal geen ziekenhuisarts die de informatie van verschillende artsen centraal coördineert. De huisarts of de AVG (Arts verstandelijk gehandicapten) arts kunnen de coördinatie krijgen. Overleg dit, indien nodig, met de huisarts.

> Naar overzicht onderwerpen

Stemmen bij verkiezingen

Alle Nederlanders vanaf 18 jaar mogen stemmen. Voor mensen met een beperking is het vaak ingewikkeld om zonder hulp van anderen gebruik te maken van dit grondrecht. Stemmen moet iedereen alleen doen en in het hokje mag niemand helpen (met uitzonderling voor mensen die blind zijn).

Als iemand niet zelf kan stemmen, mag een vertegenwoordiger voor hem stemmen. Echter alleen wanneer het initiatief vanuit de persoon zelf komt om te vragen of je voor hem wil stemmen. Dat mag ook alleen wanneer de vertegenwoordiger in dezelfde woonplaats woont en beide stemmen gelijktijdig uitbrengt. Om iemand anders te machtigen moet o.a. een handtekening worden gezet. Als iemand zelf geen handtekening kan zetten, staat daarover een aantekening op zijn ID-kaart. Die aantekening moet zijn vertegenwoordiger kopiëren en meenemen naar het stembureau.

> Naar overzicht onderwerpen

Wat als de ouders niet meer kunnen zorgen

Veel ouders maken zich zorgen over wat er met hun inwonende kind met een beperking gebeurt als hen iets overkomt. Wie gaat dan de zorg van hen overnemen? In een (levens)testament kan je door een notaris allerlei zaken laten vastleggen.

Testament

Een gewoon testament is bedoeld om vast te leggen wie wat gaat erven als de ouder(s) komen te overlijden.

Levenstestament

Een levenstestament is anders en minstens zo belangrijk. Het is een testament waarin opgesteld wordt voor het geval diegene later – al dan niet tijdelijk – niet voor zichzelf kan opkomen. Dit levenstestament kan ook gaan over de zorg die geboden wordt aan de naaste en hoe deze geregeld moet worden. 

Een notaris kan hierover voorlichting geven. Er zijn verschillende opties waarover de notaris alles kan vertellen.

> Naar overzicht onderwerpen

Handige websites en aanvullende informatie

> Naar overzicht onderwerpen